Verder kijken.

Heerlijk is dat. Wakker worden met fluitende vogeltjes en het voorjaarszonnetje. Vanmorgen was het eindelijk weer zover. Ik deed de gordijnen open. Zette mijn bril op en keek naar buiten. De lucht was strakblauw, de autoruiten bevroren en het zonnetje scheen al volop. Op zulke momenten prijs ik me gelukkig. Er is zoveel moois te zien buiten. In ieder seizoen wel maar de lente lijkt net dat beetje extra te brengen omdat de wereld na een periode van vijftig tinten grijs en wit opeens weer ingekleurd lijkt te worden door de natuur. Ondanks het feit dat mijn ogen al bijna zolang ik me kan herinneren slecht zijn, ben ik toch blij dat er hulpmiddelen zoals bril en lenzen bestaan zodat niets die kleurenpracht me ontgaat.

Oké ik moet wel eerlijk zijn. Er is een tijd geweest dat ik mijn bril heb vervloekt. Zo’n jaar of 35 geleden was het namelijk nog echt niet zo dat een bril werd gezien als mode item. Ook waren de technieken die er nu zijn om brillenglazen ,hoe sterk ook, zo dun mogelijk te maken er nog niet en had je vaak dat je een soort vissenogen kreeg als je je bril op had. Met als gevolg dat je als brildrager niet vrij was van pesten, uitlachen en woorden als “brillenwieps”, “jampotglazen” en nog veel meer. Ik heb ze allemaal wel over me heen gehad en altijd gedaan alsof dit me niks kon schelen. Uiterlijke schijn. De beste manier leek me destijds.

Erger was het toen ik ook nog een beugel moest. Tegenwoordig is er bijna geen tiener meer die er geen draagt maar in mijn jeugd kwam een beugel nog niet zo vaak voor als nu. Ik weet nog dat ik er in het begin veel verdriet van heb gehad en zelfs het idee had dat ik “gehandicapt” was. Nu weet ik uiteraard wel beter maar toen voelde ik me echt diep ongelukkig.

Al deze gevoelens waren diep weggestopt en leken bijna vergeten tot dat ene moment vorig weekend toen we met zijn viertjes even een paar dagen naar Zeeland gingen. Het was grijs weer en zwemmen in het (veel te) kleine binnenzwembad op de camping was voor puberdochter en tienerzoon natuurlijk geen optie. Dus besloten we naar een groter subtropisch zwemparadijs in Goes te gaan. De kinderen vermaakten zich in het water en ik kon eindelijk weer eens een boek lezen. Rond het middaguur was het tijd om wat te gaan eten in het zwembadrestaurant. Even kijken op de borden boven de balie wat er allemaal was. Iedereen ,op zoonlief na, was er snel over uit wat het moest gaan worden. Omdat het wat langer duurde werd ik wat ongeduldig en zei dat hij nu echt moest zeggen wat hij wilde en toen kwam het hoge woord eruit. Boos zei hij “Ik kan toch niet lezen wat er op de borden staat?!”. Alsof een bliksemschicht me in mijn hart raakte. Mijn lieve tienerzoon kan niet goed zien. De beelden van mijn brillenverleden verschenen weer helder voor mijn ogen.

De rest van de vakantie ben ik hem steeds stiekem aan het testen geweest. Wat kon hij wel lezen vanaf welke afstand, en wat niet? Ik voelde me schuldig dat hij waarschijnlijk datgene van me geërfd heeft wat ik niemand gun. Slechte ogen. En dan de vraag: waarom hebben we dit niet eerder gemerkt? Waarom is het op school niemand eerder opgevallen?

We zijn nu een kleine  week verder en na het vele praten met boze ogen en een ander soort van slecht zicht van hem als gevolg gaan we vanmiddag dan toch maar eens op pad om te kijken hoe erg het gesteld is met zijn mooie blauwe kijkers. Ik hou mezelf maar voor dat het hebben van een bril in deze tijd echt geen ramp meer is en dat er niets zo fijn is dan alles goed te kunnen zien.

Voor het feit dat hij over een maand ook een afspraak heeft staan met de orthodontist voor het begintraject van een beugel sluit ik nu nog maar even mijn ogen. Eerst maar eens afwachten hoe het vanmiddag gaat en wat het oordeel van de deskundige is. En dan proberen te genieten van een paar mooie lentedagen en van de verjaardag van mijn dochter die we waarschijnlijk heerlijk buiten kunnen vieren.

En daarna…………………. kijken we wel weer verder. Hoop ik.

 

Fijn weekend allemaal.