Omroep Lingewaard

De snurkende buurman / deel 1…

Column Ingrid Verhaegh

Ik heb ook een grotere tent. Zullen we die eens uitproberen dit weekend. Het wordt hartstikke mooi weer. Ik kijk m’n vriend enigszins verschrikt aan. Uhm…. ik ben er nog niet uit of ik kamperen wel leuk vind. Hoe groot is de tent dan en hoe hoog, want ik ga niet nog eens met m’n neus tegen het tentdoek liggen.

De dag erna stuurt hij mij de foto van de tent. Hm… ziet er ruim uit. Kom, we doen het. Ik boek een camping en een paar dagen later rijden we richting zeeland.

Zonder handleiding zetten we de tent op. Wauw…. wat een enorm ding. En hoog. Ooooh wat fijn….. die hoogte. Het inmiddels bekende veldbed met lattenbodem pompen we op, zo ook het tweepersoons bijbehorende matras.

We hebben er schik in. Als een klein kind in een snoep winkel ruim ik alles in. Ik schuif sommige dingen een paar keer van hun plek om ze vervolgens weer op de eerst gekozen plaats terug te zetten.

We maken kennis met de buren en na enige tijd zitten we trots met een wijntje voor de tent. Als de avond valt kruipen we gezellig onze tent in. ‘S nachts word ik wakker van een snurkend geluid. Ik kijk naast me, maar daar komt het geluid niet vandaan. Shit,… het is de buurman. Ik doe net alsof ik het niet hoor en draai me om. M’n irritatie gehalte loopt op. Boos draai ik me nog eens om. Of dat zou helpen. Ik hoest, in de hoop dat hij van mij wakker wordt. Ik maak allerlei grommende geluiden zodat m’n vriend ook wakker wordt. M’n hartslag neemt zelfs toe en ik vraag me af waarom kamperen leuk moet zijn. Ineens bedenk ik me dat ik oortjes heb. Ik zet rustgevende muziek op en doe de oortjes in. Grrr…. nog steeds komt het monsterlijke snurk geluid er doorheen. Ik zet het geluid harder en val na ongeveer een uur val ik uiteindelijk weer in slaap.

Die dag erop spreek ik de camping beheerster. Ze vraagt hoe t ons bevalt en ik laat haar weten het erg naar onze zin te hebben. Ondanks dat we een snurker als buurman hebben. Ik heb die nacht zelfs oortjes in moeten doen om muziek te luisteren omdat ik er hoogst geïrriteerd van raakte en er niet van kon slapen.

Ze lacht en zegt dat die buurman geklaagd heeft over ons. We zouden de hele nacht geluiden en gepraat hebben. Uhm….

Hij had daardoor de hele nacht geen oog dicht kunnen doen. Ik kijk haar met verbazing aan en ik hoor mezelf met een hoge toon ‘wat?’ zeggen. M’n mond valt open. Ik vraag of ze het wel over ons heeft. Ja zegt ze, dat heb ik hem ook gevraagd, want ik was ook zo verbaasd. Maar het gaat toch echt om jullie. Hij zou jullie hier ook op aangesproken hebben. Wat? Zeg ik op een nog hogere toon. Ik kijk haar aan en barst in lachen uit. Ik heb werkelijk geen idee wat hij hiermee bedoelt of wil. Heeft hij vannacht op een andere planeet gelegen of zo.

Ik stond vanmorgen nog in m’n kloffie en met m’n haren in een net wakker geworden model, naast hem tanden te poetsen. Vriendelijk was hij niet maar ja, als je de hele nacht hebt wakker gelegen van ons, dan begrijp ik hem maar al te goed.

De camping beheerster zegt lachend dat dit niet z’n eerste klacht is en zegt me dan ook, er niets van aan te trekken.

Ik loop enigszins onthutst en vol ongeloof terug naar onze tent. De buurman zit net als gisteren met z’n boek op z’n stoel geplakt. Je zou haast denken dat ie in madame tussauds thuis hoort.

Ik fluister in m’n vriends oor of hij even mee wil lopen. Hij kijkt me verbaast aan, doet z’n slippers aan en we lopen weg.

Zijn reactie is gelijk aan de mijne. alleen de toon waarop hij iets zegt is niet zo hoog.

Na enige tijd lopen we terug naar de tent en besluiten we te gaan koken. Onbewust fluisteren we naar elkaar.

De buurman zit nog steeds vast geplakt op z’n stoel. Na een tijdje komen zijn vrouw en haar moeder aanlopen. Hij kijkt even op en leest weer verder in z’n boek. Hoe fascinerend is het dat iemand zo stil kan blijven zitten. Na enige tijd vertrekt schoonmoeders en schuift z’n vrouw bij hem aan. Ik merk een gespannen sfeer op.

Hoewel ik hen niet wil volgen doe ik het toch. Op de een of andere manier zit zijn fantasie verhaal me niet lekker. Waarom verzint hij zoiets? Het voelt alsof ik hen bespied. Toch richten m’n ogen zich constant naar hen. Alsof ik op iets wacht. Tijdens het roeren in de macaroni met smac hoor ik plots z’n vrouw hoogst geïrriteerd zeggen ‘ik KAN toch ook niet alles in m’n eentje doen’! Ze staat op en ze loopt hevig hoofdschuddend weg.

Nja… zijn irritatie gehalte is dus niet alleen op ons gericht. Dat doet me enigszins deugd. Ik kijk haar na en ondertussen scheppen we onze macaroni op en schenken we een rosé in.

Bij de buren blijft het stil. In geluid en beweging.

Ingrid Verhaegh