Afgelopen week tijdens het zappen op mijn vrije middag kwam ik per ongeluk bij het kamer debat over de regeringsverklaring terecht. Hoewel het mij doorgaans weinig kan boeien bleef ik onwillekeurig toch kijken maar vooral luisteren naar wat de dames en heren op het pluche ons te melden hadden. Uitdrukkingen als “de gewone Nederlander” en “de Nederlandse identiteit” vlogen me om de oren.
Men blijft er maar op hameren dat we onze “Nederlandse ik” aan het kwijtraken zijn. Blijkbaar dienen er noodgrepen te moeten worden toegepast. De opvoeding van onze jeugd speelt daarin een sleutelrol. Een bezoek aan het Rijksmuseum mag in de toekomst niet ontbreken op de lijst van schoolreisjes en Het Wilhelmus moet weer uit het hoofd en uit volle borst worden meegezongen. Werk aan de winkel dus voor de leraren die volgens zeggen toch al zoveel werkdruk ervaren.
Benieuwd met hoe het zoonlief op school vergaat en hoe ver het staat met de uitvoer van de nieuwe kabinetsplannen vertrokken we afgelopen dinsdagavond richting school voor een rondleiding in de klas gegeven door onze zoon zelf.
Rekenschriftjes kwamen op tafel en met trots werd het plusboekje getoond. Dat hierin nog niet veel gemaakt was daar er nog weinig tijd voor was geweest, mocht de pret niet drukken. Spellingsschrift, tekenblok, leesboek en maat- en inhoudstabellen kwamen voorbij. De computer werd opgestart en de programma’s waarmee de kinderen spelenderwijs sommen en taalopdrachten moeten oplossen passeerden de revue. Middels de mail werden we al op de hoogte gehouden over de projecten waar de kinderen mee bezig zijn of waar ze zich mee bezig gaan houden Dus we zijn weer helemaal bij.

Geen enkele keer tijdens de rondleiding is het woord Wilhelmus gevallen. Sterker nog over muziek is helemaal niet gepraat laat staan over een op handen zijnde schoolreis naar het Rijksmuseum. In mijn hoofd zie ik onze landbestuurders met een afkeurend opgeheven vingertje nee schudden.

Zelf heb ik er zo mijn eigen gedachten over.

In de herfstvakantie zijn we er een paar dagen tussenuit geweest met het gezin naar Duitsland net over de grens bij Emmen. Ons “we zijn lekker even vrij van schoolreisje”. Gezellig naar de dierentuin en een middagje heerlijk zwemmen. Voor onze oudste een uitgelezen kans om te werken aan haar Duitse vocabulaire. Want bij de Nederlandse identiteit hoort wat mij betreft ook onze talenkennis en de wil om ons ook in den vreemden goed te kunnen redden in het Duits, Engels en/of Frans.
Hoog op het verlanglijstje van mijn dochter en mij stond een bezoek aan kamp Westerbork dus op zondag voordat we huiswaarts keerden bezochten we deze indrukwekkende plek.
De regen kwam met bakken uit de hemel en ondanks dat er weinig tastbaars van het kamp bewaard is gebleven, voelden we de aanwezigheid ervan tot in het diepst van onze ziel. Niks mag ons nog herinneren aan wat hier ooit was, met die gedachten werd alles na de oorlog met de grond gelijk gemaakt en werden er bomen geplant op het terrein waar verdriet, hoop en haat zo diep geworteld waren. Een gedeelte van de spoorlijn waarover de mensen nietsvermoedend, weggevoerd werden naar de vernietigingskampen lag er nog. In de veronderstelling dat men vervoerd zou worden naar werkkampen en men dierbaren snel weer zou, zien werden er brieven gericht aan de familie uit de trein gegooid. Veel brieven alsmede ook persoonlijke spullen van deze mensen zijn gelukkig wel bewaard gebleven en waren allemaal te zien in het museum.
Ik zeg met opzet “gelukkig” want terugkomend op de plannen van het kabinet om een bezoek van basisscholen aan het Rijksmuseum verplicht te stellen zou ik zeggen: laat dat museumbezoek maar voor wat het is. De rijke geschiedenis aan kunst leert ons maar half over waar we vandaan komen en waar we naar toe willen. Ons land heeft een verleden. Een verleden waarin mensen de weg helemaal kwijt waren. Vrijheid was geen vanzelfsprekendheid en het zaaien van haat jegens een andere bevolkingsgroep, mensen met een andere afkomst of geloof was van alledag. Er zijn nu nog mensen die het uit eigen ervaring kunnen vertellen maar over een tijdje zal dit deel van de geschiedenis er alleen nog maar eentje zijn van “horen van” en zullen de tastbare herinneringen meer dan ooit nodig zijn om onze kinderen te leren hoe het zo fout kon gaan en hoe we van deze fouten kunnen leren.
De Nederlandse identiteit zit hem niet alleen in het zingen van het Wilhelmus en het vasthouden aan onze tradities. Het zit hem ook in openstaan voor hen die anders zijn. Tolerantie. Onbevooroordeeld dingen tegemoet treden en de vrijheid die we zelf genieten ook te gunnen aan de ander.

Ik blijf mijn kinderen volgen. Niet alleen in wat ze allemaal leren en doen op school maar ook in hoe ze in het leven staan met in mijn achterhoofd de quote:

“Wie het verleden vergeet, is gedoemd gemaakte fouten te herhalen.”

Een regeerakkoordtitel waardig.
Fijn weekend allemaal